Logo Horizon BeheerHorizon Beheer
Voor landeigenaren

Grondwaterstand en natuurbegraven: waar moet u op letten?

Door Arvo Hartikainen · Gepubliceerd op 21 juni 2026 · Bijgewerkt op 5 augustus 2026 · 3 min. leestijd
Beekdal met kronkelende beek en wilgen en elzen langs de oever

Bij natuurbegraven moet het grondwater minimaal 30 centimeter onder de onderkant van de kist blijven. Dat is een harde eis: een graf in of net boven het grondwater verstoort het natuurlijke afbraakproces en vormt een risico voor de grondwaterkwaliteit. De maatgevende situatie is de hoogste grondwaterstand in het jaar, niet het gemiddelde.

Van alle criteria voor een natuurbegraafplaats is de grondwaterstand degene die het vaakst de uitslag bepaalt. In een land als Nederland is dat niet verwonderlijk. Deze pagina legt uit wat de eis is, waarom die bestaat en hoe die wordt getoetst.

Wat is de eis precies?

Het grondwater moet minimaal 30 centimeter onder de onderkant van de kist blijven. Belangrijk: het gaat om de hoogste grondwaterstand die in het jaar voorkomt, niet om het jaargemiddelde. Een perceel dat in augustus prima droog is maar in februari onder water staat, voldoet niet.

Bij natuurbegraven wordt bovendien minder diep begraven dan traditioneel. Dat helpt: er is meer marge tot het grondwater, en het afbraakproces verloopt in de biologisch actieve bodemlaag waar het bodemleven het werk doet.

Waarom bestaat deze eis?

  • Een graf onder de grondwaterspiegel raakt zuurstofloos. Het natuurlijke afbraakproces stagneert dan, in plaats van te verlopen zoals bedoeld.
  • Water in het graf is voor nabestaanden een zeer onwenselijke situatie, zowel bij de uitvaart als daarna.
  • Direct contact met het grondwater vormt een risico voor de grondwaterkwaliteit in de omgeving.
  • Een natte bodem is bij de uitvaart praktisch onwerkbaar: het graf zakt in en de omgeving raakt beschadigd.

Hoe wordt de grondwaterstand vastgesteld?

In stappen, van globaal naar precies.

  1. Bureauonderzoek: openbare grondwaterkaarten en grondwatertrappen geven een eerste indicatie per perceel. Dit gebeurt al bij de kosteloos locatieonderzoek.
  2. Locatiebezoek: het veld verraadt veel. Vegetatie zoals pitrus, russen en zeggen wijst op natte omstandigheden. Ook het reliëf en de sloten geven informatie.
  3. Grondboringen en peilbuizen: bij een serieus traject wordt de werkelijke stand gemeten, over een langere periode zodat ook de winterstand wordt vastgelegd.
De eerste twee stappen zijn kosteloos en horen bij het locatieonderzoek en het locatiebezoek. Grondwateronderzoek met peilbuizen is een echt onderzoek en volgt pas als beide partijen serieus verder willen — de taakverdeling daarover spreken we af bij de bespreking van de haalbaarheidsstudie.

Wat als mijn perceel te nat is?

Soms is een deel van het perceel wel geschikt. Op veel percelen zit hoogteverschil: de hogere delen kunnen bruikbaar zijn terwijl de laagtes afvallen. Die laagtes zijn dan ecologisch juist waardevol — vochtige laagtes zijn goed voor amfibieën en voor kruidenrijke vegetatie.

Wat wij niet doen, is een perceel geschikt maken door het te ontwateren. Dieper draineren om een natuurbegraafplaats mogelijk te maken staat haaks op wat we willen bereiken: een natuurlijker watersysteem en meer biodiversiteit. Als de grondwaterstand structureel te hoog is, is het antwoord nee.

Speelt verdroging of vernatting een rol?

Ja, en dat werkt twee kanten op. Waterschappen werken op veel plaatsen aan het vasthouden van water in het landelijk gebied, wat lokaal tot hogere grondwaterstanden kan leiden. Bij de beoordeling van een locatie kijken we daarom niet alleen naar de huidige stand, maar ook naar het waterbeleid voor het gebied. Een locatie moet ook over twintig jaar nog aan de eis voldoen.

Hoe verhoudt dit zich tot drinkwaterbescherming?

Dat is een aparte eis: een natuurbegraafplaats mag niet binnen 250 meter van een drinkbare waterbron liggen. Daarnaast gelden in grondwaterbeschermingsgebieden en waterwingebieden aanvullende beperkingen. Zie ons artikel over natuurbegraafplaatsen en waterwinning.

Veelgestelde vragen

Minimaal 30 centimeter onder de onderkant van de kist, gemeten bij de hoogste grondwaterstand in het jaar.

Over de auteur

Arvo Hartikainen

Financial Controller

Arvo heeft een achtergrond in vastgoedinvesteringen en bewaakt de financiële structuur, exploitatie en langetermijnbeheer van elke locatie.

Gerelateerde artikelen

Overweegt u zelf een natuurbegraafplaats op uw grond?

Vraag een kosteloos locatieonderzoek aan. Binnen vijf werkdagen een eerste inschatting.